NIEUWSBRIEF  HERVORMDE GEMEENTE HAASTRECHT

 

Haastrecht 14 maart 2020

 

Kerkdiensten

 

Van dominee Huttenga

 

De kerkdiensten gaan de komende zondagen niet door. Eerder is dat toegelicht. Het leek me goed dan maar een overdenking te schrijven en zal dat de komende weken ook doen: de preek thuisbezorgd!

 

1) Bij de lezingen van deze zondag: Exodus 17, 1-7 en Johannes 4, 1-26

 

In onze diensten volgen we altijd het Oecumenisch Leesrooster, Dat is te vinden is in ‘De eerste dag’, een tijdschrift met gegevens rond de lezingen, aanzetten om over na te denken of in de dienst te gebruiken én liederen, deels ‘volgens rooster’, deels vrije suggesties.

De orthodoxe en katholieke kerken kennen roosters die al eeuwen dezelfde zijn. Het rooster van de Eerste Dag gaat wel terug op die oude roosters, maar zoekt door de jaren heen steeds nieuwe ‘koppels’ van teksten uit het Oude en het Nieuwe Testament.

De lezingen van deze zondag zijn met elkaar verbonden via de vraag;  ‘Geef ons/mij water.’ Het volk in de woestijn vraagt het aan Mozes, Jezus vraagt het aan de Samaritaanse vrouw. In deze overdenking ga ik uit van de lezing uit Exodus.

 

De naam van deze 3e zondag in de 40-dagentijd is ‘Oculi’ – ogen, genoemd naar psalm 25. In de woorden van psalm 25a:

 

 

Mijn ogen zijn gevestigd,

op God, of Hij mij redt.

Mijn hart, hoezeer onrustig,

heb ik op Hem gezet.

Kan ik de nacht verduren,

waarin Gij verre zijt?

Gij zult mijn voeten sturen

in ’t duister van de tijd.

Maar wees mij dan genadig

en richt mijn leven op,

dat ik opnieuw gestadig

kan gaan in ’s levens loop.

Mijn hart, hoezeer onrustig,

heb ik op U gezet,

mijn ogen zijn gevestigd

op U, tot Gij mij redt.         

 

(tekst: Willem Barnard)

 

 

 

2) Exodus 17, 1-7

 

Vanuit de woestijn van Sin trok het hele volk van Israël verder, van de ene pleisterplaats naar de andere, volgens de aanwijzingen van de HEER. Toen ze hun tenten opsloegen in Refidim, bleek daar geen water te zijn om te drinken. Ze maakten Mozes verwijten. ‘Geef ons te drinken, geef ons water!’ zeiden ze. Mozes zei: ‘Waarom maakt u mij verwijten? Waarom stelt u de HEER op de proef?’ Maar omdat het volk daar hevige dorst leed, bleef het klagen. ‘Waarom hebt u ons uit Egypte weggevoerd?’ zeiden ze tegen Mozes. ‘Om ons van dorst te laten sterven, met onze kinderen en ons vee?

Mozes riep luid de HEER aan. ‘Wat moet ik met dit volk beginnen?’ vroeg hij. ‘Er hoeft niet veel meer te gebeuren of ze stenigen mij!’ De HEER antwoordde Mozes: ‘Ga samen met een aantal van de oudsten van Israël voor het volk uit. Neem de staf waarmee je op de Nijl hebt geslagen in je hand en ga op weg. Ik zal je opwachten op de rots bij de Horeb. Als je op de rots slaat, zal er water uit stromen, zodat het volk te drinken heeft.’ Mozes deed dit, in het bijzijn van de oudsten van Israël. Hij noemde die plaats Massa en Meriba, omdat de Israëlieten Mozes daar verwijten hadden gemaakt en omdat ze daar de HEER op de proef hadden gesteld door te vragen: ‘Is de HEER nu in ons midden of niet?’

 

3) Overdenking

 

Ik las het gedeelte uit Exodus kort nadat ik de laatste berichten over het corona-virus en de ‘strenge’ maatregelen’ gehoord had. De ‘laconieke’ houding in ons land en onder ons volk is blijkbaar ten einde. De roep om maatregelen wordt sterker en sterker en zelfs in de Tweede Kamer wordt het makkelijk prijsschieten. Deskundigen enerzijds, experts anderzijds en – gelukkig – nog steeds enerzijds-anderzijds-overwegingen. Weegt het openhouden van scholen op tegen de enorme impact van schoolsluitingen?  Zijn we een gevaarlijke grens voorbij? Er wordt gehamsterd. De vraag van ons volk wordt geroep en klinkt steeds meer als een harde eis. Ik twijfel niet aan de noodzaak van maatregelen. Tegelijk doet het me denken aan Heer Bommel die in moeilijke situaties steevast aan Tom Poes vraagt;  ‘Verzin een list!’ Waar ligt de balans tussen eigen verantwoorde keuzes en besluiten van gezagsdragers die verantwoordelijkheid dragen? Situaties als deze maken ineens weer glashelder duidelijk dat een mens nooit en te nimmer alleen maar individu is. Zowel in vreugde en in nood kunnen we niet zonder elkaar.

 

Een situatie als deze maakt ook duidelijk dat we de  werkelijkheid niet beheersen, onder controle hebben. Alles loopt niet zo automatisch goed en positief als we graag zouden willen. Of ook – omgekeerd – niet  automatisch zo verkeerd en negatief als waar we bang voor zijn.  Zekerheden blijken tóch onzeker te zijn. Economie wordt vaak beleefd als (een) god, met ijzeren wetten en wetmatigheden. Een god ook voor wie je alles over moet hebben, ook als dat ten koste gaat van zwakken in onze samenleving. Een god die in de Bijbel Baäl heet; een kille, almachtige tiran. Niets mag hem en zijn macht aantasten. Maar een klein virus gooit alles overhoop, daarbij geholpen door een heftige emotie: angst! Angst is niet negatief; het is deel van het reële leven en heeft veel nuttigs in zich. Maar angst kan zo sterk of onredelijk worden dat alle andere emoties en (gezond) denken er onmogelijk door worden.

 

Ik las in het theologen-forum van Trouw de opmerking dat geloof ons niet van onze kwetsbaarheid af helpt. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar ik ben er van overtuigd dat wij dankzij ons geloof kunnen léven met en in onze kwetsbaarheid; niet als iets wat er (eigenlijk) niet zo moeten zijn, maar als kenmerkend voor ons bestaan. Geloof maakt het ons mogelijk die kwetsbaarheid niet als een vloek of bedreiging te zien, maar juist als éen van de waardevolle kanten van ons leven. Hoeveel kwetsbare momenten blijken niet tegelijk de waardevolste te zijn? Kwetsbaarheid verdient geen minachting, maar respect! In simpele taal zou je ‘genade’ kunnen ‘vertellen’ als een grondhouding van God: ‘Ik ken en erken jullie kwetsbaarheid, en samen gaan we daar iets moois van maken.’ Maar wachten op dat mooie kan wel (te) lang duren . . .

In de Exodus-lezing van deze zondag is het volk Israël de vreugdevolle bevrijding uit Egypte eigenlijk al weer vergeten. Uitgeleid worden uit het slavenhuis betekent niet dat je dan onmiddellijk geen enkele moeilijke tijd meer zult kennen. Het volk ‘murmureert’ (een prachtig woord uit de Statenvertaling). Het volk gaat eisen stellen. De woestijn is dor en droog: ‘Jij Mozes hebt ons hier gebracht, los de problemen nu ook maar voor ons op.’ Mozes kent zijn grenzen, slaat zich niet op de borst als de grote bevrijder, maar weet dat hij bij God te rade moet gaan; ‘ze slaan me nog dood!’

Er komt water, het volk kan weer verder, tot de volgende crisis. En dán, die volgende crisis, gebeurt wat je zo vaak ziet bij leiders die machthebbers geworden zijn: ‘Ik kan het zelf wel beter.’ Als er weer eens geen water is en God in de ogen van Mozes te lang op zich laat wachten grijpt hij zélf wel in: hij heeft God niet meer nodig maar heeft genoeg aan zichzelf.

Leert geloof in de God van de Bijbel ons niet om ons altijd weer bewust zijn van enerzijds onze kwetsbaarheid (en dus niet alles in de hand te hebben) en anderzijds van onze kwaliteit om als kind van God zélf verantwoordelijkheid te dragen?

 

Sterkte allemaal

 

Ds Jaap Huttenga

 

 

Symbolische bloemschikking

Reny had de tekst voor de liturgische schikking van a.s. zondag al doorgegeven.

En Jan voegde daarbij een mooie foto van een zandsculptuur in Elburg, "Vrouw bij de bron"

 

Bij de bron (doopvont)

ontmoet Jezus (witte roos), de Samaritaanse vrouw.

 

In de schikking staat het levende water centraal.

Water waardoor wij als mensen kleur en geur mogen geven aan ons leven.

In wit komen immers alle kleuren samen.

De geur van Jasmijn geeft ons zin in het leven,

om in beweging te komen.

 

Dit vraagt verbeeldingskracht. Hoe zou de schikking er uit gezien hebben?

 

 

 

 

De tweede collecte deze zondag was bestemd voor het Kerk In Actie project

“onderwijs geeft kansarme kinderen toekomst- India”

Geen plaats voor een kind. Dat is in India aan de orde van de dag. Duizenden kinderen van Dalits worden gediscrimineerd en buitengesloten. Hierdoor blijven hele gezinnen hangen in de armoede waaraan ze zo graag zouden willen ontsnappen.

‘Dalits’ betekent vertrapte of verdrukte. Dalits vallen buiten het Indiase kastenstelsel en worden ook wel kastelozen genoemd. Ze worden geminacht. Dalit kinderen worden op school met de nek aangekeken en verwaarloosd. Daardoor stoppen veel kinderen vroegtijdig met school. Door deze discriminatie en onder invloed van traditie en armoede stoppen veel kinderen vroegtijdig met school. Ze werken al jong samen met hun ouders als dagloner in de landbouw, de visserij of de steenfabriek.

De organisatie Cards wil via de kinderen het onderdrukkende kastensysteem doorbreken. Tijdens voor- en naschoolse bijeenkomsten, Bala Bata’s genoemd, biedt Cards huiswerkbegeleiding, muziek, dans en sport. Kinderen krijgen weer zelfvertrouwen en hun schoolprestaties verbeteren. Door de liefde en aandacht ontdekken kinderen dat ze de moeite waard zijn. Cards besteedt veel aandacht aan de thuissituatie van de kinderen en probeert ook de armoede in de achtergestelde gemeenschappen te doorbreken. Er is nog geen gelegenheid geweest met de kerkrentmeesters en diakenen te overleggen over de wijze waarop gemeenteleden toch hun gaven voor de al geplande collectes kunnen doen. U hoort daar later meer over.


 

 

 

 

Het project voor de veertigdagentijd en Pasen. van de kindernevendienst is van Kind op Zondag. Kind op Zondag is een methode van vieren met kinderen in de kerk.

De kinderen van de kindernevendienst hebben een boekje gekregen.

Ook een veertigdagenkalender.

Het thema van het project is “Een teken van leven”

 

Hoe passend in deze tijd waarin veel mensen , omdat allerlei activiteiten niet doorgaan, min of meer verplicht aan huis gebonden zijn.  Een teken van leven kan  b.v. zijn een telefoontje, een kaartje.

Het thema loopt als een rode draad door de veertigdagentijd en Pasen.

Misschien kunnen we er allemaal iets mee doen!